deA start verkenning naar mini-warmtenetten
In het vraagstuk van duurzame energie kan het onderzoek naar mini-warmtenetten in Apeldoorn niet ontbreken. In 2025 heeft energiecoöperatie deA een uitvraag gedaan onder inwoners om geschikte buurten te vinden voor een lokaal warmte-initiatief. Inmiddels zijn in vier Apeldoornse buurten verkenningen gestart naar de haalbaarheid van een mini-warmtenet.
Wat is een mini-warmtenet

Onder een mini-warmtenet verstaan wij een zeer lage temperatuur bronnet: een kleinschalig collectief systeem waarbij verschillende duurzame bronnen mogelijk zijn, zoals aquathermie (oppervlakte- of grondwater) of bodemenergie (gesloten systemen) .
Een bodemsysteem levert een temperatuur van circa 10 °C. Via een netwerk van ongeïsoleerde kunststof leidingen wordt deze warmte naar de woningen getransporteerd, waar een individuele water/water-warmtepomp de temperatuur opwaardeert naar circa 35–45 °C voor de verwarming. Voor warm tapwater wordt een hogere temperatuur geleverd.
Voordelen t.o.v. lucht/water-warmtepomp
Dit concept heeft een aantal duidelijke voordelen. Doordat de brontemperatuur relatief constant is, ligt het rendement bij lage buitentemperaturen hoger dan bij een lucht/water-warmtepompen. Daarnaast is er geen buitenunit nodig, wat geluidsoverlast voorkomt. Ook biedt het systeem efficiënte mogelijkheden voor passieve koeling in de zomer.
Verkenningen in vier buurten
De verkenningen lopen momenteel in de Tubantenlaan, de Markendoel en de Marten Orgeslaan in Ugchelen, en in de Ridderbuurt en Ferguutgaarde in De Maten. In de Tubantenlaan heeft inmiddels een bewonersavond plaatsgevonden met circa 14 geïnteresseerden. Daar worden nu woningopnames uitgevoerd door energiecoaches om te bepalen welke aanpassingen nodig zijn voor aansluiting op het bronnet.
In Ugchelen zijn actieve bewoners gestart met het benaderen van hun buren om draagvlak te peilen. In de Ridderbuurt en Ferguutgaarde zijn de eerste gesprekken gevoerd met lokale duurzaamheidswerkgroepen.
Komende periode: verdere uitwerking en toetsing
Binnen deA wordt dit project getrokken door Marcel van der Maal en Arjan van der Plas. De komende periode staat in het teken van verdere uitwerking, draagvlakontwikkeling en het toetsen van de technische en financiële haalbaarheid per buurt.