Fun Hendriks volgt Arien Scholtens op als voorzitter van deA

Fun Hendriks is de nieuwe voorzitter van deA. Hij volgt Arien Scholtens op, die vanaf het eerste uur bij deA betrokken was. Een gesprek met en tussen de gaande en de komende voorzitter over hun drijfveren voor onze lokale energiecoöperatie. Hun beider doel: Apeldoorn duurzamer maken.

Arien stond aan de wieg van energiecoöperatie deA. “Door mijn studie en werk ligt mijn interesse bij duurzame energie. Tien jaar geleden wilde ik op dat gebied ook graag iets ondernemen, maar niet per se een eigen bedrijf.  Met een werkgroep van zeven man, onder aanvoering van Michael Boddeke, zijn we deA gestart. We wilden Apeldoorn verduurzamen met groene energie.”

Hoe staat het ervoor na 10 jaar deA?

“We zijn in Nederland nog niet heel ver in het verduurzamen van onze energie. Maar als coöperatie hebben we reuzestappen gemaakt. De omvang van de projecten is flink toegenomen. We begonnen met acties voor zonnepanelen op onze eigen daken. Vervolgens gingen we ons verdiepen in zonnepanelen op andermans daken; we wilden grotere daken gaan ontwikkelen. Daar hebben we veel van geleerd, want hoe werkt dat financieel, hoe werkt dat technisch, hoe kunnen we er mensen bij betrekken? Alles wat we deden was nieuw en daar hebben we veel van geleerd. Als je projecten ziet lukken, wil je ook door! Het mooie is dat je met een coöperatie een uitvoeringsclub hebt die de dingen realiseert die je in je eentje als individu niet voor elkaar zou krijgen.

 

Arien, wat vind jij succesverhalen van deA?

Op de vraag wat Arien succesverhalen voor deA vindt, hoeft ze niet lang te denken: “Al die scholendaken die we hebben vol gelegd met Zon op School. Dat vind ik ontzettend leuke projecten. Omdat het op scholen is, gaat het over jonge mensen, en dan ook nog in de buurt. Datzelfde vind ik van andere grote daken die we met elkaar hebben ontwikkeld met Buurtstroom en Zonnepark Ecofactorij.
Ondanks dat de molens er niet zijn gekomen, kijk ik ook positief terug op ons windmolenproject in de Beekbergsebroek. Maar dan vooral door de bril van vragen als: hoe zouden we het een volgende keer doen? Wat hebben we nodig voordat zo’n project kan slagen? We hebben daarvan geleerd dat situaties heel complex zijn en dat er mensen en instanties nodig zijn om mee te gaan in zo’n verandering. Onze rol is daarin beperkt: we zijn zelf geen eigenaar, maar we kunnen anderen overtuigen. Daarin zijn we voorlopers, we deden de afgelopen tien jaar vaak dingen die anderen nog niet deden. Maar ook werd wel duidelijk dat lokaal eigenaarschap, en financiële verantwoordelijkheid nemen ook belangrijk is voor een coöperatie.”

Wat zijn jouw tips voor Fun?

“Marleen Kwast was de eerste voorzitter van deA. Toen ik haar opvolgde was mijn idee dat dan nog één keer iemand voorzitter zou worden, die deA vanaf het eerste begin had meegemaakt. Dat we daarna genoeg body zouden hebben zodat iemand anders het zou kunnen overnemen. Dat is nu het geval: het is een mooie, goedlopende club. Het belangrijkste aan voorzitter zijn is dat je het ontzettend leuk vindt. En ook dat je je blik naar buiten hebt waarmee je steeds weer wilt ontdekken waar mensen actief kunnen worden.”

 

Fun, waarom zet jij je in voor deA?

Fun beaamt dat lol in het werk ontzettend belangrijk is. Voordat hij in november officieel voorzitter was, draaide hij en twee andere nieuwe bestuursleden een halfjaar mee in het bestuur van deA. “Ik herken het enthousiasme in de basiscultuur. Het is heel belangrijk om plezier te hebben met elkaar. De sfeer is bepalend en dat vind ik heel belangrijk. Ik kijk er echt naar uit om hierop door te bouwen. Ik ben natuurlijk een andere persoon dan Arien, maar het belang waarvoor we staan is dezelfde: Apeldoorn duurzamer maken.”“Ik ervaar het als mijn morele plicht iets te doen voor een duurzame samenleving. Sinds ik kleinkinderen heb, is dat alleen maar toegenomen. Ik stond altijd wel bewust in het leven en met kleinkinderen is de toekomst heel dichtbij gekomen. Ik wil hen iets positiefs nalaten, ik wil een goede aarde voor hen.”

Wat ga je doen bij deA?

Allereerst wil ik deA leren kennen. Ik wil gaan ontdekken wie de leden zijn en wat hun wensen en verwachtingen zijn van onze coöperatie. Verder wil ik eraan bijdragen dat we als coöperatie enthousiast blijven en de mensen om ons heen overtuigen van de noodzaak van een lokale energiecoöperatie. Mijn primaire doel is niet: zoveel mogelijk leden krijgen maar: dat duurzaamheid belangrijk is voor mensen, dat ze erover praten. Ik zie hierin ook een taak voor deA om mensen bewust te maken, erover te praten, dat uit te stralen. Dat kan in grote projecten, maar ook met kleine dingetjes zoals het aanpakken van de tocht uit je brievenbus.  Ik ben geen duurzaamheidsspecialist, maar een generalist. Het is mijn sterke kant om mensen met elkaar te verbinden, die ga ik zeker inzetten. Ik wil een voorzitter zijn die ervoor zorgt dan anderen hun werk zo goed mogelijk kunnen doen en dat ieder zijn sterke kanten zo goed mogelijk kan inzetten.

 

Arien vult aan: “Dat is het grappige bij een coöperatie: je doet het echt samen. “Iets doen met deA” noem ik het leukste vrijwilligerswerk van Apeldoorn. Stemmen kun je maar een keer per vier jaar. Als lid van deA kun je op een heel andere manier van betekenis zijn voor Apeldoorn. Er moet nog zoveel gebeuren, maar je kunt je onderwerpen agenderen, eraan werken, je kunt heel makkelijk iets doen in onze coöperatie, dat hebben wij dus ervaren en dat gunnen we iedereen.”

Hebben onze lokale inspanningen wel zin?

Fun: “Ik heb iets met Afrika, ben begaan met de mensen daar en de armoede. In die landen is duurzaamheid ook wel een item, maar welvaart is een veel grotere vraag. De mensen daar willen ook een televisie en een auto. Een Nederlandse energiecoöperatie is een middel om kleinschalig in onze eigen omgeving iets te doen. Dat is een klein stukje in het grote plaatje van een duurzame wereld. Duurzaamheid is natuurlijk veel breder dan zonnepanelen. We hebben een paar zonneparken, dat is wereldwijd natuurlijk een druppel, maar al de druppels samen doen ertoe. Daar kan ik motivatie uit halen.”