Klimaatakkoord: 50% lokaal eigendom, burgers doen mee

Het aantal energiecoöperaties groeit enorm. Coöperaties maken lokaal eigendom van opwek én de participatie van burgers in wijken mogelijk. Het Klimaatakkoord streeft naar vijftig procent lokaal eigendom bij zon- en windopwek.

De energiemonitor 2019 is verschenen. Dit jaarlijkse verslag over energiecoöperaties en -collectieven geeft met feiten en cijfers een beeld van de coöperatieve energiebeweging in Nederland, waar deA deel van uitmaakt. Het aantal energiecoöperaties in Nederland is vanaf 2015 ruim verdubbeld tot 582 lokale initiatieven. De energiecoöperaties bereiken samen meer dan 250.000 mensen. Dit groeiende aantal is de opmaat naar 50 % lokaal eigendom van alle nieuw te bouwen wind- en zonopwek, waar het klimaatakkoord voor staat. 

Iedereen kan meedoen.

Arien Scholtens, voorzitter van deA, vindt deze groei van groot belang. “Meer groei is mooi; we doen daardoor veel ervaring op met lokale samenwerking en we bereiken veel mensen. Zo ervaren we dat het mogelijk is om lokaal, samen, iets te doen aan een moeilijke opgave. Die ervaring nemen wij altijd mee, en die zullen we hard nodig hebben in de weg naar een samenleving zonder fossiele energie.”

Klimaatakkoord: 50% lokaal eigendom

Belangrijke achtergrond in de Energiemonitor van 2019 is het Klimaatakkoord. Het akkoord is in november ook ondertekend door Energie Samen namens alle energiecoöperaties. Het Klimaatakkoord maakt nadrukkelijk veel ruimte voor participatie van burgers in de energietransitie. Zo is afgesproken dat bij wind- en zonprojecten op land 50 % eigendom van de lokale omgeving het streven is. Bij de warmtetransitie wordt de participatie van burgers vormgegeven door wijkgerichte aanpak. Dat zijn nu net twee belangrijke pijlers van de energiecoöperatie. Arien Scholtens, voorzitter van deA, ziet in het Klimaatakkoord dan ook een duidelijke rol voor energiecoöperaties: “Coöperaties zijn geen marktpartijen, het zijn organisaties die ervoor zorgen dat burgers volwaardig kunnen bijdragen aan en participeren in de energietransitie.” 

“Het grote thema voor de coöperaties in het Klimaatakkoord is participatie van burgers in de energietransitie. Iedereen moet mee kunnen doen. Dit is geconcretiseerd in voorwaarden voor participatie van de omgeving bij de realisatie van wind en zon op land, en in het bijzonder in het streven naar 50% eigendom van de lokale omgeving. In de warmtetransitie vertaalt participatie zich in een wijkgerichte aanpak. Energiecoöperaties zijn al meerdere jaren actief op dit terrein, het vormt hun bestaansrecht (zoals statutair is vastgelegd). Het Klimaatakkoord bekrachtigt het belang van hun activiteiten en geeft daaraan een belangrijke nieuwe impuls.” (Lokale Energiemonitor 2019)

Zon en wind enorme kans: iedereen kan meedoen

Door de afspraken in het Klimaatakkoord bieden nieuw te bouwen zonne- en windparken, een enorme kans voor onze lokale omgeving en samenleving. Wind- en zonneparken gaan zo namelijk geld opleveren voor de mensen in de omgeving en iedereen kan meedoen. Je kunt met kleine en grote bedragen participeren en rendement krijgen op je inleg. Daarnaast kunnen de winsten van deze parken worden ingezet voor de bredere gemeenschap in de vorm van omgevingsfondsen. De komende jaren zal per project een eerlijke verdeling uitgewerkt worden over de lusten en de lasten. Bijkomend effect is dat lokale coöperaties als deA zoveel mogelijk kiezen om met lokale of regionale bedrijven te werken waardoor het wind- of zonnepark ook een stimulans is voor het lokale bedrijfsleven. De belangrijkste afspraken voor de coöperaties zijn vastgelegd in de ‘omgevingsparagraaf van het Klimaatakkoord’.

Wat doen coöperaties in Nederland?

“De coöperaties houden zich bezig met alle aspecten van de energietransitie. 80% van de coöperaties ontwikkelt zonprojecten, 24% windprojecten en een toenemend aantal houdt zich bezig met warmte, mobiliteit en andere innovatieve projecten. Daarnaast is er veel aandacht voor energiebesparingsactiviteiten. Vanuit de samenleving ontstaan voortdurend nieuwe initiatieven.”
(Lokale Energiemonitor 2019)

Lokale Energie Monitor 2019>