Het kiezen van de juiste planten
Het kiezen van de juiste planten voor je tuin kan best een uitdaging zijn. Houd je van jaarlijkse vernieuwing met 1- of 2 jarige planten of kies je liever voor vaste planten? Ga je voor inheemse of niet-inheemse planten? Waar komen de planten te staan: op een zonnige of juist meer schaduwrijke plek?
Maar juist die variatie maakt tuinieren zo leuk: er is altijd wel iets dat past bij jouw smaak én bij jouw tuin.
Op deze pagina helpen we je op weg met duidelijke uitleg over verschillende plantsoorten. Ook laten we zien waar je duurzame keuzes kunt maken en hoe je planten vindt die aansluiten bij jouw tuinomstandigheden.
En wil je gewoon snel inspiratie? Bekijk de plantengids! Zo wordt het kiezen van de juiste plant een stuk eenvoudiger én leuker!
-
1-jarige, 2-jarige en meerjarige planten
1-jarige planten
Niet alle planten leven even lang. Je hebt planten die maar kort leven en in 1 seizoen hun hele cyclus voltooien van kieming tot voortplanting (zaadvorming) om vervolgens af te sterven. Voorbeelden zijn de klaproos, korenbloem en goudsbloem. Deze planten zaaien zich uit en je vindt ze daardoor niet steeds op dezelfde plek terug.
2-jarige planten
2-jarige planten kiemen in het eerste jaar en bloeien pas het jaar erop. Bekende voorbeelden zijn het vingerhoedskruid, stokrozen en stijf ijzerhard.
Meerjarige planten
Meerjarige planten – ook wel vaste planten genoemd – zijn planten die langere tijd op dezelfde plek, met hetzelfde wortelgestel groeien. Daarbinnen heb je een kleine groep planten die het hele jaar door wintergroen zijn (denk aan lavendel, klimop en maagdenpalm).
Verreweg de meeste tuinplanten in ons klimaat sterven echter in de winter bovengronds af. Laat de stengels in de winter staan. Zo hou je structuur in je tuin en je biedt een schuilplek voor allerlei insecten. Deze planten lopen in maart of april weer uit.
-
Inheemse planten
Inheemse planten zijn wilde planten die van nature in Nederland voorkomen. Deze planten zijn hier dermate lang dat ze samenwerken met andere planten en organismen. Veel wilde bijen bijvoorbeeld, zijn voor het stuifmeel van hun larven afhankelijk van één soort plant. Vaak zie je het al aan de naam. De larven van klokjesbijen eten bijvoorbeeld alleen stuifmeel van klokjesbloemen (campanula).
Door dingen als klimaatverandering, het verlagen van het grondwater en een overschot aan stikstof hebben veel van onze wilde planten het moeilijk. En hierdoor heeft onze natuur het moeilijk. Je kunt de natuur dus een handje helpen door naast je favoriete tuinplanten, ook inheemse planten in je tuin te zetten. Niet alle inheemse planten zijn meteen geschikt, omdat sommigen planten specifieke omstandigheden vragen. Kijk wat bij jouw tuin past.
Op de website van Streektuinen vind je meer informatie over planten die bij onze regio horen en die je kunt toepassen in je tuin. Apeldoorn en de omliggende dorpen horen bij de ‘Centrale Stuwwallen’.
Heb je de plantengids van Veluwse Tuin al ontdekt? Daarin vind je plantsuggesties (inheems en niet-inheems) voor borders in de volle zon, halfzon en schaduw.
-
Niet-inheemse planten
Planten kunnen zijn gecultiveerd. Dat wil zeggen dat ze door de mens op bepaalde eigenschappen zijn geselecteerd en verder vermeerderd. Dat kan bijvoorbeeld een andere kleur, hoogte of bloeitijd zijn. Vaak zijn ze afgeleid van een wild origineel.
Bij kwekers en tuincentra vind je ook planten die hier niet vandaan komen, maar uit Noord-Amerika of Azië bijvoorbeeld. Dit noem je exoten. Zo lang deze planten niet schadelijk zijn voor onze Nederlandse natuur, kun je deze in je tuin planten. Schadelijke planten in deze categorie noem je ‘invasieve exoten’. Op de website ‘Tuin er niet in’ van Floron vind je meer informatie over welke planten je beter kunt vermijden in je tuin.
Heb je de plantengids van Veluwse Tuin al ontdekt? Daarin vind je plantsuggesties (inheems en niet-inheems) voor borders in de volle zon, halfzon en schaduw.
-
Waar koop ik verantwoorde planten?
Het is helaas zo dat veel tuinplanten gekweekt zijn onder milieuonvriendelijke omstandigheden, bijvoorbeeld met kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Ook worden veel tuinplanten gekweekt en geïmporteerd uit andere delen van de wereld. Voor het klimaat en de biodiversiteit is dat funest. Er zijn gelukkig verantwoorde aanbieders. Maar hoe herken je die?
De term ‘biologisch’ is een beschermde titel. Dat geldt voor onze voeding, maar dat geldt ook voor planten, zaden en bloembollen. Beschermd wil zeggen dat je het alleen mag gebruiken als het gecontroleerd is door een onafhankelijke instantie. In Nederland doet de Skal dit.
Biologische producten worden geproduceerd zonder gebruik te maken van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Je herkent biologische tuinplanten, zaden, bloembollen en tuinaarde aan het logo met het groene blaadje. Omdat je hiervoor moet betalen, kiezen niet alle kwekers voor een dergelijke certificering. Vraag bij de kweker en het tuincentrum op wat voor manier ze kweken en of ze ook een biologisch assortiment hebben.
Op de website van Velt – een vereniging voor ecologisch leven en tuinieren – vindt je een overzicht van biologische kwekers en aanbieders.
Je kunt ook kijken welke bedrijven zijn aangesloten bij Wilde Weelde. Wilde Weelde is een vakvereniging van Nederlandse bedrijven die milieubewust werken vanuit een ecologische visie aan een natuurrijke omgeving. Het gaat hierbij om hoveniers, kwekers, ontwerpers, boomverzorgers en leveranciers van verantwoorde tuinmaterialen. Niet alle verantwoorde bedrijven zijn hierbij aangesloten, maar het geeft wel een idee.
-
Wanneer plant je wat?
In principe kun je – mits er geen hittegolf is en als het niet vriest – jaarrond vaste planten aanplanten. De nazomer en de herfst zijn de meest ideale periode. Dat komt omdat vaste planten dan in een rustfase komen en minder stress hebben van een verplaatsing. Ook is het in het najaar en de winter koeler en valt er gemiddeld meer neerslag. Je hebt zo na de aanplant minder omkijken naar je nieuwe planten.
Bloembollen poot je in oktober en november.
In de winterperiode kun je bomen en struiken aanplanten.
-
Zon of schaduw plek?
De hoeveelheid zon kan per seizoen en per plek in je tuin verschillen. Kijk goed op het label of bij de beschrijving van de plant op wat voor plek deze plant het liefste staat. Aan een plant op de juiste plek beleef je uiteindelijk het langste plezier.
3 typen plekken worden onderscheiden:
- Zon: bij minimaal 6 uur zon op een dag, bij voorkeur middagzon.
- Halfzon (of halfschaduw): tussen 3 en 6 uur zon op een dag, vaak alleen in de ochtend, namiddag of avond.
- Schaduw: maximaal 3 uur zon op een dag.
Het is goed om te weten dat een zonnige plek een plek is met minimaal 6 uur zon op een dag en bij voorkeur middagzon. Een plek in de halfzon (of halfschaduw, dat is hetzelfde) krijgt tussen de 3 en 6 uur zon op een dag. Vaak is dat alleen de ochtend of namiddag/avond. Een schaduwplek krijg maximaal 3 uur zon op een dag.
Plantsuggesties: inheems en niet-inheems
Planten voor een border in de volle zon
Een border in de volle zon krijgt minimaal 6 uur zon.
Ontdek planten voor de volle zon
Planten voor een border in de halfzon
Een halfzon plek krijgt tussen de 3 en 6 uur zon per dag.
Ontdek planten voor de halfzon
Planten voor een border in de schaduw
Een schaduwplek krijgt minder dan 3 uur zon per dag.
Ontdek planten voor de schaduw